logo

Examenvragen, tip 3: Typeplaatjes

De examens van SVS worden als pittig ervaren. In een aantal nieuwsbrieven behandelt de SVS de onderwerpen waar in de examens het laagst op wordt gescoord. In dit bericht: typeplaatjes.

Het feit dat een speeltoestel is voorzien van een typeplaatje wil niet zeggen dat het toestel is gecertificeerd. Het typeplaatje zegt namelijk niets over de keuring maar is slechts een middel om het toestel te kunnen identificeren.

Als een speeltoestel ter keuring wordt aangeboden moet het voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS). Het toestel moet veilig zijn, en voorzien zijn van een typeplaatje. Volgens artikel 6 van het WAS moet een speeltoestel zijn voorzien van de volgende, onlosmakelijk op of in het toestel aangebrachte, onuitwisbare opschriften of aanduidingen: a. de naam en het adres van de fabrikant of importeur; b. het bouwjaar; c. de serie- of typeaanduiding; d. het serienummer, voor zover van toepassing.

In de Europese norm EN 1176-1: 2008 Speeltoestellen: Algemene eisen en beproevingsmethoden staat onder hoofdstuk 7.1 ‘Identificatie van het speeltoestel’: Op het speeltoestel moet duidelijk leesbaar, permanent en in een positie die vanaf de grond zichtbaar is ten minste de volgende informatie zijn aangebracht:

  • a) naam en adres van de fabrikant of zijn bevoegd vertegenwoordiger;
  • b) referentie van het speeltoestel en jaar van productie; en
  • c) nummer en datum van deze Europese norm, bijvoorbeeld EN 1176-1:2008.

 

In Nederland volgen we in eerste instantie de wet, het WAS dus. Deze bepaalt derhalve welke tekst op het typeplaatje moet staan. De normen zijn in het WAS aangewezen, en zodoende niet verplicht. Typeplaatjes moeten dus zijn aangebracht vóór de keuring van het toestel. Het kan voorkomen dat een toestel met typeplaatje (nog) niet is gekeurd. Een speeltoestel mag pas worden bespeeld als het volledig is goedgekeurd en het certificaat is afgegeven.