logo

Risicovol spelen vs regelgeving

Risicovol spelen vs regelgeving
Al vanaf het in werking treden van het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen in 1997 (toen nog BVAS) is Nederland in twee kampen verdeeld. Kamp 1 bestaat uit de volgers van de regelgeving en de bijbehorende normen en kamp 2 wil daar zo ver mogelijk van weg blijven. Kamp 2 is uitgesproken voorstander van risicovol spelen zonder daarbij aan allerlei lastige regels te moeten voldoen.

Waarom heeft de maatschappij behoefte aan regulering? Waarom zijn er wetten omtrent het spelen en de veiligheid van kinderen? Waarom laten we de kinderen niet gewoon doen wat ze zelf willen? De maatschappij staat bol van wetten, normen en andere criteria. En ook op het gebied van spelen bestaat er wetgeving: het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen. Waarom is die wet nodig en kunnen fabrikanten niet gewoon toestellen maken die ze zelf willen? Omdat we als maatschappij van mening zijn dat de veiligheid van onze kinderen belangrijk is en we willen voorkomen dat er toestellen op de markt komen waar kinderen ernstig letsel aan kunnen oplopen of erger. We zijn het er eigenlijk allemaal wel over eens dat een bepaalde mate van regelgeving nodig is. Het WAS werkt nu al zo’n 20 jaar en de gewone burger heeft er eigenlijk geen last van. De toestellen die op de markt gebracht worden zijn doorgaans leuk, inventief en soms zelfs uitdagend. Toch wil men meer. Meer risicovol spelen. Maar het feit dat er een wet voor speeltoestellen bestaat wil natuurlijk niet zeggen dat er ook een wet moet komen voor andere speelactiviteiten zoals risicovol spelen.

Risicovol spelen
Wat is risicovol spelen? De definitie volgens Veiligheid.nl: “Bij risicovol spelen gaan kinderen aan de slag met spannende, uitdagende en avontuurlijke activiteiten, waarbij een risico bestaat op een (kleine) verwonding. Tijdens risicovol spelen testen en verleggen kinderen hun grenzen door nieuwe activiteiten uit te proberen en hun angsten te overwinnen. De opwinding, spanning en trots die kinderen ervaren tijdens het ontdekken en opzoeken van hun grenzen maakt dat kinderen risicovol spelen heel leuk vinden.” Vervolgens geeft Veiligheid.nl op hun site allerlei tips om kinderen die risicovol spelen te begeleiden.

Maar waarom is het nodig dat kinderen begeleid worden tijdens het risicovol spelen? Is met cijfers aangetoond dat er te veel ernstige ingevallen gebeuren als kinderen onbegeleid met hoge snelheid een heuvel affietsen? Moeten we nu ook die activiteit als een soort WAS gaan inkaderen? In mijn jeugd zo’n 40 jaar geleden noemden wij risicovol spelen gewoon “spelen”, niet meer niet minder. Spelen heeft namelijk altijd een bepaalde mate van risico. Veiligheid.nl deelt de verschillende vormen van risicovol spel in 6 varianten in: Spelen op hoogte, met snelheid, met gevaarlijke voorwerpen, op gevaarlijke plekken, trek- en duwspelen en spelen uit zicht.

Als ik na een middag vuurtje stoken in de lokale bossen thuis kwam vroeg mijn moeder niet: “En heb je risicovol gespeeld?” Waarop ik had kunnen reageren met: “Ja moeder, in de categorieën met gevaarlijke voorwerpen (vuur), op een gevaarlijke plek (bos met vallende takken) en uit zicht. Waarop ze me dan verwijtend aankeek en onderzocht op opgelopen (kleine) verwondingen. De realiteit was natuurlijk anders. Mijn moeder zag me al van verre aankomen met modder aan mijn broek, takjes en eikels hangend aan mijn haar, ruikend naar rook van verbrande bladeren waarop ze vragend uitschreeuwde hoe ik aan die aansteker was gekomen.

Wat is risico?
Risico is de kans dat een potentieel gevaar resulteert in een daadwerkelijk incident en de ernst van het letsel of de schade die dit tot gevolg heeft. In veiligheidstermen is risico altijd negatief, het betreft altijd vraagstukken over ongewenste negatieve gebeurtenissen. Er bestaan verschillende manieren waarop risico’s in waarden zijn om te zetten. Een ervan is de Fine&Kinney-methode. Hierbij wordt risico bepaald door kans, blootstelling en gevolg. In het geval van een werkelijk meetbaar risico kan hier ook een daadwerkelijk getal aan worden toegekend:

Risico = Kans x Blootstelling x Gevolg

Bij het invullen van de formule kan het risico zo hoog zijn dat actie genomen moet worden. Wanneer het risico te hoog is bepaald de analist, degene die de formule invult. Als het risico ontoelaatbaar is moet actie genomen worden. Er daar zit hem nu juist de crux. Want wat is ontoelaatbaar? Zo kan het zijn dat het toelaatbaar is dat elke maand een splinter in zijn vinger krijgt, of dat er elke vijf jaar een kind een arm breekt. Maar vinden we het toelaatbaar dat een kind blijvende schade oploopt, een hand kwijtraakt of erger? In de auto-industrie zal men andere toelaatbaarheidseisen hanteren dan in de speeltoestellenmarkt. Daar zijn doorgaans veel meer gewonden (of erger) toelaatbaar.

De hele discussie rondom het WAS, risicovol spelen en zelfs de “burger-pilot”* kan ingekort of misschien zelfs van tafel geveegd worden als we met z’n allen het toelaatbare risico voor het spelende kind bespreken. Als we met z’n allen duidelijk krijgen waar de grens van het toelaatbare ligt kunnen we de discussie in de kiem smoren. Natuurlijk gaat dat nooit lukken. Daarvoor zijn er te veel uiteenlopende meningen in speelland.

Jeroen Bos
www.keurmerk.nl

 

*) Pilot waarin burgers wordt toegestaan zelf al dan niet tijdelijk speeltoestellen in de openbare ruimte te plaatsen en zelf voor het toezicht en onderhoud zorgen.